Spring naar hoofdinhoud Spring naar hoofdnavigatie

RaPoDi.nl

Verhalen voor ieder kind

RaPoDi.nl

Kwiet op avontuur

Het is herfst. De roodborstjestweeling wordt al groot.
Iet zegt tegen Kwiet: "Weet je nog wat vader vertelde over de eikenbomen in de herft? De bladeren zouden een andere kleur krijgen en dan op de grond vallen. Ook de eikeltjes zouden vallen. Zullen we even gaan kijken?"
Kwiet vindt het een goed idee en samen gaan ze op weg naar het Eikenlaantje.
Het is een mooie dag, de zon schijnt op de bladeren. Het ziet er nu nog sprookjesachtiger uit. Een groot deel van de eikenbladeren ligt al op de grond. Heel veel eikeltjes zijn ook al gevallen.
Kwiet moet denken aan wat vader vertelde over de kabouters. De jongen zegt: "Ik zou wel zo'n kabouter willen zien."
"Ben je gek," zegt Iet "we hebben geen licht en we mogen 's avonds niet vliegen."
Kwiet moppert. Hij zou het toch wel heel graag willen zien.
Iet zegt: "Wat jij doet moet je zelf weten, maar ik ga vanavond lekker in m'n nestje slapen. Je weet nooit wie je tegen komt."
Kwiet sputtert nog wat tegen, maar gaat dan toch met z'n zusje mee.

's Avonds als vader, moeder en Iet slapen, kruipt Kwiet er zachtjes tussenuit. Hij slaat heel zacht z'n vleugels op en neer, zodat hij niemand wakker maakt.
Oei, wat is het nu donker. Pa heeft wel gelijk dat je niets ziet. Maar Kwiet is eigenwijs. Hij moet en zal naar het Eikenlaantje. Hij wil de kabouters zien. Nu is het al zo donker en nu moet hij ook nog denken hoe hij moet vliegen. Hij weet de weg niet meer zo goed. Oh jee, als dat maar goed komt. Kwiet vindt het nu zelf ook wel spannend worden en begint van de zenuwen te tsjilpen.
In deze straat is hij toch al vaker geweest. De bomen komen hem wel bekend voor. "Hoe heten ze ook alweer? Wacht, volgens mij zijn het de coniferen van Iep haar eerste vliegreis. Dan moet ik in de buurt zijn."
Kwiet fladdert nog even verder en daar ziet hij de eikenbomen. "Alle lieve roodborstjes nog aan toe, wat zijn die bomen kaal!" roept Kwiet. Hij gaat op een tak zitten en begint te bibberen. Hij heeft het koud. Hij is even vergeten dat het in de herfst 's avonds al koud kan zijn.
Kwiet kijkt of hij een kabouter ziet. Doordat hij zo zit te bibberen, kan hij het niet goed zien. "Hela, daar beweegt iets." Kwiet vliegt naar beneden en inderdaad daar loopt een kabouter. "Wat zijn die klein zeg!"
Kwiet gaat naar het mannetje en vraagt: "Waar woont u?ยจ
De kabouter antwoordt: "In de boom."
"Kan dat?"
"Ja hoor, maar jij bent te groot. Waar kom jij vandaan?"
"Ik woon in een lindeboom samen met m'n ouders en m'n zus." zegt Kwiet.
"Weten ze dat je hier bent?" vraagt de kabouter.
"Nee." zegt Kwiet.
"Dan zou ik maar snel naar huis gaan!" zegt de kabouter zachtjes.
"Fijn dat ik u heb mogen leren kennen." zegt Kwiet. Hij neemt afscheid en gaat weer naar huis.
Als hij thuiskomt, zijn z'n ouders en zus ongerust.
"Waar kom jij vandaan?" vraagt zijn vader.
"Ik ben naar het Eikenlaantje geweest." zegt de jongen met een bibberstemmetje. Hij heeft het nu erg koud en is ook moe.
"Dat zou ik maar niet meer doen," zegt zijn vader een beetje boos "en nu als de fladderende vogels je bed in!"
Het hele roodborstjesgezin gaat weer slapen, maar Kwiet heeft wel een kabouter gezien. Hij droomt van zijn avontuur.

Terug naar boven

Met onderstaande koppelingen kunt u deze pagina delen via sociale media of e-mail.